startpagina
  oproep /diensttijd
  op herhaling
  burgerleven
  foto's
  gastenboek
  militaire links
  burger links
   
  45 painfbat Ad Weeda
  PZDAlphen




klik op het bordje voor vergroting

 

 

 

 


13 Painfbat GardeFuseliers Prinses Irene

De Herhalingsoefening.

Zoals voor bijna iedereen die in dienst gezeten heeft, kwam voor mij ook de tijd dat ik op herhaling moest. Eind 1985 lag er een oproep op de tafel, ik woonde toen nog steeds bij m'n ouders thuis, dat ik op herhaling moest verschijnen in Ossendrecht. Wat me opviel was dat het gewone infanterie betrof dus van een YP zullen ze daar wel nooit gehoord hebben dacht ik. 's Maandagsmorgens 10 januari 1986 al vroeg vertrokken richting Ossendrecht want Alphen aan den Rijn / Ossendrecht is toch ook nog wel een stukje rijden. 't Datsunnetje 100 A was inmiddels een Ford Taunus stationwagen geworden dus dat zat al wat comfortabeler. Ik had overigens de vrachtwagen niet gehaald, ik werkte op dat moment bij een kweker in Nieuwkoop. Maar goed, aldaar aangekomen (een veel minder imposante poort als die van de Westenbergkazerne) maar eens een parkeerplaats gezocht om het autootje voor een weekje te stallen.

De plunjebaal uit de wagen en op naar het aanmeldpunt, een zaaltje ergens in een MGD gebouw. Even het paspoortje doornemen, even kijken of er hier en daar nog een prikje uitgedeeld moest worden, inlegvelletje in het paspoort en op naar de koffie. Het viel me op dat het allemaal veel gemoedelijker ging als bij de opkomst voor de 14 maanden dienstplicht. Een Majoor vertelde dan ook dat we inmiddels geen kinderen meer waren en dat de meesten toch ook al een gezin hadden en het dus verdienden met meneer aangesproken te worden. Ook vertelde deze majoor dat het eigenlijk niet de bedoeling was dat ex pantserinfanteristen opgeroepen zouden worden voor deze herhalingsoefening, foutje van 1 of andere kleffe kantoorbediende zei de majoor.

Maar goed, niet getreurd, het werd tijd dat we werden ingeladen in een Daf YA 314 die ons naar ons hotel bracht. De jongemannen die deze Daf's bestuurden waren in opleiding dus niet de hele rit ging van een leien dakje, je zat zomaar plotseling bij een kerel op schoot, beetje vreemd want zo groot was een 314 helemaal niet, als je daar een stoeprand mee kon raken zou je eigenlijk in aanmerking moeten komen voor een Award. Ik was dan wel kweker maar had inmiddels toch wel de benodigde rijervaring opgedaan op de wagen waarme we de handel naar de veiling brachten en natuurlijk mijn bijrijders tijd niet te vergeten. In het hotel aangekomen eerst een kamer toegewezen gekregen met natuurlijk een kast waar de PLUBA in moest want we moesten nog ergens in een kelder één of andere vette fall ophalen en denk erom dat die dingen vet waren.

Na het belgisch vetje in de wapenkamer gebracht te hebben konden we met onze pluba naar de foeriers winkel alwaar al snel bleek dat er hier en daar wel wat aan de PSU ontbrak. Maar niet getreurd, zo duur is het legergroen niet en nadat de zakdoeken de sokken en de knopen waren aangevuld was het onderhand tijd geworden ons weer eens in het groen te steken. Ik merkte wel dat ik meteen weer terug kon naar de foef want de pantalon zat toch een stukje strakker dan in m'n 14 maanden tijd. En zo ging die eerste dag best snel om en kregen we 's avonds het (les)rooster overhandigd voor die week. Gezien kader en PLV-kader een weekje langer mocht herhalen dan de manschappen was het die eerste week erg rustig, 't was maar goed dat er een goed biertje geschonken werd in het militair tehuis.

Uiteraard moesten we weer even helemaal wennen aan het legergeheel en werden we ook niet onthouden van een velddienstje. Het veld lag aan de overkant van de weg dus dat viel mee dacht ik. Lopen was niet één van mijn favoriete bezigheden meer dus dat heb ik gemerkt. De sergeant- instructeur die we toen hadden was een haastig type dus deed alles maar het liefst in looppas om geen kostbare tijd te verliezen. Eenmaal in het sprookjesbos aangekomen sprak een ietwat op Co Adriaansen lijkende beroeps kapitein: " Welkom in hare Majesteits zandbak" Waar had ik dat toch eerder gehoord? Tijdens zo'n eerste oefeningetje ging het groene belletje toch wel weer rinkelen hoor, de verschillende formaties kwamen weer naar boven.

Mijn (om het maar even zo te noemen) groepscommandant, ene Hans, een blonde knul uit Leiden (ik was natuurlijk wel als PLV opgeroepen) had in zijn dienstijd niet anders gedaan dan een heuse touringcar bestuurd in Duitsland dus snapte de ballen niet van het infanterie gebeuren. Wat hij echter wel snapte was hoe hij de boel kon vermaken dus aan lachen geen gebrek, hij presteerde het zelfs om menig officier met de bek vol tanden te zetten. Maar goed, na wat velddiensten en wapenlessen zat week één erop. De maandag daarna zouden de vruchten (zoals kapitein Co de manschappen plachtte te noemen) ook opkomen dus daar moesten we ons in het weekand dan maar op voorbereiden, je wist immers niet of er nog bekenden bij zaten natuurlijk. Maar eerst was het weekend.

Na een heerlijk weekendje thuis, bij het meisje uiteraard was het maandagochtend geworden en dus weer tijd om in de Ford fort te gaan richting de kazerne. Een lekkere rustige dag waar we de manschappen zo'n beetje stuk voor stuk binnen zagen druppelen. En maar kijken of er al een bekende kop tussen zat natuurlijk. Mwoa dat viel in mijn geval een beetje tegen. Wel wat jongens uit mijn tijd maar niet een uit het 2 peloton en al zeker niet uit mijn oude groep. Later bleek dat er wel gasten uit de bravogroep op herhaling zijn geweest, maar een lichtinkje later. Jammer maar helaas.

Voor de manschappen week één en voor ons uiteraard week twee, was deze week echt theorie gericht met zo heel af en toe een velddienstje en een schietoefeningetje dus best wel een beetje saai te noemen. Het diensplichtig kader moest zelf instructies geven dus de plv zat er, op hier en daar een aanvullinkje na, eigenlijk maar een beetje bij te hangen. Nee gaf mij dan toch maar een infanteristen velddienstje. We hadden inmiddels kennis gemaakt met de Daf YA 328 een oud maar zeer comfortabel ding bij de YA 4440 vergeleken.. De YA 4440 was volgens zeggen een stuk moderner maar volgens mij zaten daar stoomlocomotief bladveren onder, wat een stuiterbakken waren dat (als je achterin mocht zitten.)

Nee wat dat aanging kon je beter achter in de 328 vertoeven, zeker in het terrein. En zeg nu zelf, zo'n 'dikke Daf' smoelde toch veel meer als legervoertuig dan zo'n modern gestript hok op hoge poten. Maar goed, genoeg over de Daf's (ben trouwens later zelf nog chauffeur geweest op een GINAF 10 x 8 Ook een Daf) Waar ik in de herhalingstijd een gloeiende hekel aan had was die ijzeren helm (buitenpot) de hele dag op je schedel, wat kreeg je daar een koppijn van zeg. Ik dacht het uitgevonden te hebben en liet dat ding dan ook tijdens een oefening ( tijdens de tweede herhalingsoefening in '89 overigens) achter uit de 3 tonner stuiteren en dacht ervan af te zijn want voordat zo'n VRA door de hele molen was duurde mijn tijd wel. Mooi niet dus, het leek wel een postduif dat ding, hij was nog eerder terug op de kazerne dan ik, één of andere bijdehande sergeant had gezien dat ik mijn helm per ongeluk uit de 3 tonner liet vallen. Ik had direct een soort hekel aan die man.

Maar goed, net zoals aan de 14 maanden een einde kwam, kwam het einde van de herhalingsperiode ook in zicht. Ik heb die laatste week meer als groepscommandant opgetreden dan als plv, want de pelotons commandant vond het beter dat ik dat met mijn pantserinfanteristenervaring deed dan onze al eerder beschreven buschauffeur, die vond immer alles best (was ook een beste gozer trouwens) En zo werd het donderdag 1 februari 1986 en moesten we met z'n allen op Bataljons appél verschijnen alwaar de complimenten de lintjes en de strepen werden uitgedeeld. En zo hoorde ik ook plotseling mijn naam noemen en mocht ik met knikkende knieen naar de Overste marcheren. Na de groet gebracht te hebben en in de eerste rust gezet te zijn sprak de man lovende woorden over mijn kordate optreden als groepscommandant en kreeg in de gouden strepen over m'n epauletten van mijn buitenjas (waar bijna geen knoop meer aan zat) geschoven. Trots als een ouwe aap met 7 geslachtsdelen heb ik toen m'n ouwe heer gebeld om hem dit heuglijk feit mede te delen.

Na donderdag 's avonds uiteraard in de onderofficierskantine een flink feestje gebouwd te hebben werd het vrijdag, de dag van het wederom met verlof gaan. Toch ook weer met een gevoel van, he het is eigenlijk best wel weer snel gegaan, jammer, weer huiswaarts om de volgende oproep om op herhaling te verschijnen te mogen ontvangen. En reken maar dat die kwam, eind 1988 (we waren inmiddels getrouwd en de vrouw verwachtte onze eerste) lag daar dan die nooit meer verwachtte oproep. Ik moest in maart 1989 weer bij de zelfde poort verschijnen. Het was een echte herhaling, alles precies hetzelfde alleen werd ik deze keer niet bevorderd.