startpagina
  oproep /diensttijd
  op herhaling
  burgerleven
  foto's
  gastenboek
  militaire links
  burger links
   
  45 painfbat Ad Weeda
  PZDAlphen




klik op het bordje voor vergroting

 

 

 

 


13 Painfbat GardeFuseliers Prinses Irene

Van schooljongen tot sergeant.

Op 17 jarige leeftijd (1980) kwam het afschuwelijk bericht binnen dat ik gekeurd moesten worden voor de militaire dienstplicht. De preciese datum weet ik helaas niet meer, zou wel leuk geweest zijn om dat hier ook te kunnen vermelden, maar goed. Toentertijd zat ik op de LTS en volgde daar de niet te misprijzen opleiding tot metselaar. Op de aangebroken dag al vroeg naar het station om daar de trein te nemen naar Delft alwaar de keuring plaatsvond. Een grote kapitein met een nog grotere snor met krul stond al te wachten en zijn eerste woorden waren: "Heren vandaag staat u onder de militaire krijgstucht". Zulke woorden vergeet je niet snel, tenminste ik niet. Na een hoop formulieren in te vullen en zo'n beetje de hele ochtend in je blote bast rond gelopen te hebben was daar de eerste" militaire lunch". Ik weet natuurlijk niet hoe het op andere dagen ging, maar de hagelslag en de eieren vlogen over de tafel, ik denk dat men/wij even onze frustraties kwijt moesten, er werd dan ook weinig van gezegd maar er werd wel verwacht dat het even opgeruimd zou worden. Na 's middags nog wat testjes en metingen gedaan- en natuurlijk alle manieren om afgekeurd te worden uitgeprobeerd te hebben ging gelukkig de deur weer open en kon de trein huiswaarts genomen worden om daarna in afwachting te blijven van "het bericht".

Op een goeie dag wat verder in de tijd kwam ik moe van het leren metselen uit school en moeders stond al op het balkon te wachten, (we woonden toen 1 hoog op een flat). Ik zag aan de blik in moeders ogen dat ze me niet veel goeds te melden had en ja hoor, voordat m'n fiets in het rek stond sprak zij de onvergetelijke woorden: " Er is post voor u, u bent geschikt.. VOOR DIENST". Na die woorden kon het mensje op die dag geen goed meer doen bij mij. Je kunt je misschien wel, of ook wel niet voorstellen dat ik toen een paar mindere dagen en misschien wel weken gehad heb. Wat had ik in die tijd een hekel aan de woorden; soldaat, militair, kazerne en weet ik veel wat nog meer. 't Was ondertussen al zover dat op school examen gedaan moest worden en daar ben ik dan uiteindelijk voor geslaagd. Ik had mijn diploma "metselen" op zak. Helaas in de hele bouw toentertijd geen werk te vinden, dus ben ik maar bijrijder geworden op de vrachtwagen, transportmiddelen hebben me immers toch altijd wel weten te boeien dus dat was geen probleem. In 1981 zo rond m'n achtiende verjaardag ben ik begonnen met het behalen van mijn rijbewijs en ging het leventje zijn normale gang weer. Halverwege het jaar leerde ik het meisje kennen waar ik nu al een aantal jaren mee getrouwd ben. Kort na deze mooie gebeurtenins alweer een zwarte dag. Er lag een brief met de uitnodiging om op 3 maart 1982 al vroeg in de ochtend te verschijnen op de Westenbergkazerne in Schalkhaar alwaar ik mijn dienstplicht van 14 maanden "mocht" gaan vervullen (lichting 82-2).

Na een rustige niet al te strenge winter met in het verschiet "de dienst- plicht" ben ik op een mooie (zon)dag toch maar eens met wat vrienden naar Schalkhaar gereden om alvast de route te verkennen. Je weet maar nooit, te laat komen op 3 maart is ook zo wat met die strenge militaire krijgstucht en alle verhalen over licht en zwaar arrest. 't Was ongeveer een uur of anderhalf rijden dus dat stond me wel aan want auto rijden was voor mij in die tijd (op het meisje na) het mooiste wat bestond. Na zo'n beetje door schalkhaar gereden te hebben (mooi dorp) kwamen we dan uiteindelijk aan voor die imposante poort van de Westenberg kazerne. Een grote groene man met een naar later bleek UZI stond voor de poort. Met een beetje de bibbers in het lijf nog wat rond gekeken te hebben heb ik het Datsunnetje 100 A snel gekeerd en zijn we, stilletjes tenminste -ik hoorde later- ik was erg stilletjes, maar weer huiswaarts gekeerd. Daarna heb ik de 3e maart maar rustig afgewacht.

Het was 3 maart 1982. (een soort kerstochtend voor Youp van 't Hek dus). Met de zenuwen in m'n lijf en moeders nog een laatste kus gegeven te hebben en niet wetende of ik het aankomende weekend wel thuis zou zijn, dus ook de gedachten naar het meisje gingen uit, vertrokken naar Schalkhaar. Wat een rot rit was dat, ik had ervoor nog nooit zo'n hekel gehad aan autorijden. Het was die dag, op een woensdag, nog rotweer ook dus dat maakte ook al niets goed. Overal ongelukken en dergelijke, files en noem maar op, alles zat tegen. Als ik maar niet te laat kom!! Gelukkig had ik wat afleiding door het 27 MC bakje wat in die tijd in bijna geen enkele (vracht) auto ontbrak. Na 2 uur rijden was het zover, ik stond voor de poort, wat doe ik hier, wat moet dit, wie ben ik. Nu dat laatste wist ik al snel, ik was niets. Het schijnt zo te horen dat je op z'n eerste dag een beetje in de maling genomen wordt door de beroeps en de KVV'ers, Ik was dus erg klein die dag.

Na de spullen uit de auto gehaald te hebben moesten de bordjes "Lichting 82-2 C Cie" gevolgd worden. deze bordjes vertelden de weg naar de kantine alwaar een blonde man met een uiterst vriendelijk gezicht en ook een blonde krulsnor ons opwachtte. Deze man stelde zich voor als "Kapitein Kruidenier" en verzocht ons hem eerst bij de rang- en daarna pas bij de naam te noemen "Kapitein Kruidenier" dus. Deze hoge ome was echt heel aardig en ik denk dat hij zo'n beetje de hele groep die daar toen zat aardig op het gemak heeft weten te stellen met een uiterst boeiend verhaal over het leger en dat het allemaal best mee viel. "Alleen", sprak hij met barse stem (militairen schijnen meerdere stemmen te hebben):"Realiseert u zich wel en terdege dat u nu soldaat bent van het - 13e Pantserinfanterie Bataljon Garde Fuseliers Prinses Irene-". Daarna werden we per groep overgeleverd aan een sergeant die ons verder wegwijs maakte en ons de kamers waar wij voorlopig zouden wonen aanwees.

Zo'n eerste dag is natuurlijk altijd een beetje onwenning, je kent het wel, spullen uitpakken en in de kast en daarna de PSU (persoonlijke standaard uitrusting) ophalen bij een man waarvan je dacht, wat heeft die vent een rare naam: "Foerier". Al snel bleek dat foerier gewoon een militaire functie is en dat je zo'n kerel snel tot vriend moest zien te krijgen. Na nog even een militair paspoortje te hebben laten maken en de PSU MES-SCHERP in de kast geborgen te hebben kwam een hele aardige kerel binnen die zich voorstelde als luitenant Lagaune, deze stelde ons de voorlopige groepscommandant sergeant Visser voor, op het eerste gezicht een fanatiekeling, maar naar later bleek een zeer geschikte peer. Na enige uitleg over het wel en niet "op je nest liggen" en wat andere practische zaken was het etenstijd. De eerste dag was om (dachten we).

Na een aantal weken "van de ene week kazerne dienst en de andere week velddienst" (het grote boze Stroese zand zal ik nooit vergeten) waren de kaarten geschud en werden de functies en standen bekend gemaakt. Ik werd "plaatsvervangend groepscommandant / Falschutter". Mwoa dat doet een mens goed hoor, dat kan ik je wel vertellen! Zo maar van burger jochie PLV worden. Je zou er zowat fanatiek militair van worden. Maar goed, zo gezegd zo gedaan, ik deed mijn uiterste best om het natuurlijk bij m'n maten niet te verstieren. Je bent natuurlijk al snel een matennaaier eerste klas en dat wilde ik nu net voorkomen. Eerst een maandje of 2 pure infanterie opleiding en daarna kwam de YP in het spel. Dat vond ik wel wat, zo'n groen gevaarte op 8 wielen. Ik was immers opgeroepen voor de pantserinfanterie en had een hekel gekregen aan lopen, liever gezegd strompelen in het rulle zand. Man man want heb ik een spierpijn gehad op dat Stroese zand. Je voelde echt spieren waarvan je geeneens wist dat je ze had. Hier en daar lekker oefenen, dat is iets waar je op een gegeven moment naar uitkeek, want zo'n week stoffige kazerne dienst duurde 2 keer zo lang als een week velddienst. Na 4 maanden opleiding en een keer de vinger van sergeant Visser klem gezet te hebben tussen 2 draaiende delen van een YP was het zover. De rode strepen werden verdeeld.

Het was tijdens een oefening op Havelte waar alle PLV's en anderen die dit verdienden hun ROOIE streep kregen en benoemd werden tot Fuselier der eerste klasse (01-10-82), ik weet het nog goed, om beurten moesten we op een YP gaan staan en uit volle borst brullen:
"Ik zweer trouw aan de Charlie Compagnie" Dit uiteraard met een groot blik bier in de rechterhand, bier drinken kon ik toen helemaal nog niet maar goed. Ik kan me niet voorstellen dat iedereen die ervoor in aanmerking kwam niet een klein beetje trots was op zichzelf. Goh een rooie streep op die anders oh zo kale groene schouder. Helaas voor de strepen was toen net die film uitgekomen, hoe heette die ook alweer, Stars en Stripes, enfin je raad het al! Maar met die streep en al die lovende woorden en dergelijke kwamen er toch wel meer veranderingen in het leven van een pantserinfanterist. We kregen een dienstplichtig groeps commandant; sergeant Gorka, kortom het hele kader werd ineens dienstplichtig, behalve natuurlijk de vaste mensen; de compagnies commandant "kapitein Jan Kruidenier" zijn plaatsvervanger, luitenant van Kampen, de compagnies sergeant majoor (CSM) Nol Teeuws (een gezette heer die veel voor je over had en graag een pot bier lustte) Ook hadden we toen de sergeant der eerste klasse Dhr. v.d. Brom, een norse maar oh zo'n beste vent. Ook Andre Oude Lohuis zal ik niet gauw vergeten, dat was onze pelotons sergeant (1e klas) Maar genoeg met namen gestrooid, het echte feest kon nu beginnen, we kregen zelfs een vaste "buschauffeur" Ik bedoel natuurlijk de vaste man die op de bok van de YP zat, Willem Kleinendorst. Respect voor die mannen, want als je alleen de stand van de pedalen al ziet en het randje waar ze overheen moeten kijken zonder absoluut zicht naar rechts moet je toch van verdomd goeie huize komen wil je zo'n groen beest kunnen besturen. We hadden een mooie groep waar goed mee te werken viel. Uiteraard viel er wel eens een woordje, maar dat kwam in de beste groepen voor.

Het domste wat ik in mijn diensttijd heb gedaan is een keer "ziek thuis blijven na een weekend". Voor dienst begrippen was je alleen ziek als je niet in staat was te reizen, mijns inziens was ik dat niet dus meldde ik me op een straffe maandag ochtend ziek. Totdat de dinsdag daarna controle voor de deur stond, een norse luitenant met een dikke bril op zijn neus, rijdend in een citroen visa vond dat ik best tot reizen in staat was en beval mij de eerste reisgelegenheid te nemen richting Schalkhaar. Nog even de medicijnen afgewacht die op dat moment gehaald werden en vertrokken richting kazerne. De compagnie was op velddienst, dus was die week maar een saaie en lege bedoening. Totdat ik op vrijdag ochtend op "het bord" zag staan: "van Keeken, rapport CC". Daar sta je dan, met knikkende knieen voor die man die altijd zo aardig was, Kapitein Kruidenier. Hij vroeg me waarom ik niet was komen opdagen en de reden die ik hem gaf was voor hem genoeg om tot de uitspraak te komen: "Twee dagen licht arrest ingaande vandaag (vrijdag's)". Dit hield in dat ik zondagochtend om 8 uur weer vrij was. Lekker, daar ging het weekend dan! In elk geval had ik 1 mazzeltje en dat was dat we pas 's maandags na de middag terug moesten zijn op de kazerne.

De daarop volgende maanden gingen eigenlijk best wel vlot voorbij en ik begon het, zo vreemd als het klinkt, steeds meer naar m'n zin te krijgen in "het leger", totdat de tijd daar was gekomen voor promotie! Het was de bedoeling dat alle PLV's korporaal werden en alle helpers en dergelijke (mag/TLV) fuselier der eerste klasse zouden worden. Helaas, ik werd geen korporaal!! De sergeant (Andre Oude Lohuis) vond dat ik een "drukker" was en daarbij had ik ook nog oefening pantserstorm gemist (deze keer wel geoorloofd ziek thuis) dus ging het gele visgraat streepje aan mijn neus voorbij. Waarschijnlijk had Oude Lohuis niet in de gaten dat ik veelal op "de plaat" te vinden was, alwaar de YP's opgesteld stonden. Ik vond dat stukje techniek van die YP's zo boeiend dat ik soms wel eens vergat dat ik PLV was. Maar niet getreurd, een paar maandjes later kreeg ik ook mijn gele streepje (01-04-83) en mocht ik ook in de korporaals mess eten. In het begin was dit een beetje onwennig, ik zag het meer als een beetje verraad richting de maten, die hadden er gelukkig minder problemen mee dan ik dus was de keus snel gemaakt.

Het einde van de diensttijd kwam met rasse schreden naderbij maar voor het zover was werd er tijdens een ochtend apèl nog even een groepje mannen (waaronder ik) bij elkaar geroepen die zich met volle bepakking moesten melden bij de CSM. "Wat nu weer" dacht dit groepje, maar na een beetje nadenken kwamen we er al snel achter dat wij allemaal wel eens een oefening of enkele marsen gemist hadden dus zagen we de bui al hangen! En ja hoor, we kregen een mooie route beschrijving mee en lopen maar. Denk erom dat het echt lopen was. Ik denk toch dat we al gauw een 20 Km gelopen hadden voordat we bij de eerste stop aankwamen alwaar enkel 4 tonners (YA4440) klaar stonden voor vertrek (dachten we). Na een snelle hap gegeten te hebben stond daar de CSM lachend met de volgende kaart in zijn hand, dus loopoefening 2 kon beginnen. Deze wandeling was niet zo lang en al snel was het bivak bereikt alwaar wij onze tenten konden opzetten. Nadat de wacht geregeld was de slaapzak in voor een lekkere nachtrust. HELAAS na een uurtje gemaft te hebben volgde er een hels kabaal. Volgens zeggen kwamen de russen uitgerust met 1 mitrailleur MAG, dus als een speer het bivak opbreken om aan de nachtelijke wandeling te beginnen. Achteraf waren er helemaal geen russen, het was weer die CSM die het leuk vond om ons even in de maling te nemen, dus na tien minuten lopen kon het bivak weer opgezet worden en konden we echt aan de nachtrust beginnen.

De volgende ochtend kregen we weer een mooie route beschrijving en kon de geheel onverzorgde voetreis naar Borculo beginnen. Na een aantal kilometer gewandeld te hebben kwamen we bij een cafeetje waar men koffie- en ansichtkaarten verkocht. Na een bakkie gedronken te hebben en even een paar ansichtkaarten verstuurd te hebben naar de CSM (p/a Kazerne) met wat vriendelijke verwensingen ging de tocht verder. Tijdens het lopen kwamen we er achter dat precies op onze route een bus reed, de beslissing was al snel gemaakt en we stapten op de bus. De chauffeur zag er de aardigheid wel van in, dus hoefde er voor deze reis niet betaald te worden. In Borculo aangekomen kregen we toch wel even de schrik te pakken, precies waar wij uit stapten stond weer die CSM met een enorme grijns op zijn olijke gezicht, nou daar gaan we dan dachten we, terug naar af. De CSM was gelukkig zo sportief om toe te geven dat wij hem nu te slim af waren, maar wees ons er wel op dat we nooit met onze wapens op de bus hadden mogen stappen i.v.m. een aantal militaire wetten. Na weer een leuk stukje van, pak hem beet, een Km of 15 gelopen te hebben kon het bivak weer opgezet worden en konden de mestins uit de pukkel gehaald worden om er een hap eten in te ontvangen.

Na het eten waren de grote monden door het vele lopen en de vermoeidheid aardig gesnoerd en mochten we van de CSM gaan slapen (had hij dan toch een beetje medelijden?). Enfin, na een paar uur weer die gigantische rot herrie van "die russen" wederom als een speer het bivak opruimen en plaatsnemen achterin de 4 tonner voor een nachtdropping. Iedereen kan begrijpen dat we ons goed genaaid voelden. Maar wat schertste onze verbazing? De nachtdropping eindigde op de kazerne, de drill oefening was ten einde gekomen en er was nog net wat tijd over om samen met de CSM een potje bier te drinken in de fuseliers kantine. Kortom, wat deze oefening betrof "eind goed al goed".

Zo kwam er dan een eind aan onze dienstijd en was de dag aangebroken waarop het zogenaamde "afzwaaien" zou geschieden 29 april 1983. De avond ervoor nog een flink feest gehad, die zelfde avond nog met een hevig bloedende fuselier naar de dokter geweest, dus m'n burgerkloffie was aardig verpest. Ik mocht dus afzwaaien in m'n veldtenue. De rit naar huis verliep in een diepe stilte, zowel m'n maatje als ik dachten juist tijdens die rit weer terug aan een toch best wel mooie en intensieve diensttijd bij het 13 PAINFABT GFPI.